De Nooij. 08.02.22 Piet de Nooij en Maria Mulder

07.02

Willem de Nooij  en Maria Doornebal  kregen in Ede 12 kinderen , 6 jongens en 6 meisjes.

Pieter was hun tweede kind, de oudste zoon. 

Pieter de Nooij werd geboren in Ede op  9-3-1883 en overleed in Ede 24-2-1934 aan een hersentumor  (bron Johan de Nooy) 

x 24-8-1911 Maria Mulder  08.02.22 

Maria Mulder is geb 26 aug 1888 en overleden op 5 januari 1973 (foto grafsteen onderaan deze pagina)

 

Ze kregen 7 zoons en 1 dochter.

Foto uit archief Zwerus: gezinsfoto Piet de N en Maria Mulder:  Voorste Rij: zittend op kruk Henk (geb 1913  09.02.02), Zwerus (geb 1921 09.02.06), Jan Andries (geb 1924  09.02.07), Pieter de Nooij (geb 1883 08.02.22) Pieter Marius (geb 1928 09.02.08), Maria Mulder (geb 1888 08.02.22);  Achterste Rij: Willem  (geb 1913 09.02.01), Maria (geb 1914  09.02.03), David (geb 1916 09.02.04), Menno (geb 1919 09.02.05)

Maria Mulder met kleinkinderen

2de van links Janneke de Nooij, helemaal rechts Jos de Nooij, 4 de van links Piet de Nooij, rechts achter oma Henk de Nooij,

2 de van rechts Pieter Sjoerd de Nooij, 1de links Gerard de Nooij    

(persoonsnummers nog toevoegen, 9e generatie nog niet gedaan)

Pieter de Nooij  (bron: PdN-site)

Pieter de Nooij, geboren in Ede in 1883 was de oudste zoon van Willem de Nooij.

Hij moest al vroeg aanpakken en meehelpen in het schildersbedrijf  van zijn vader Willem.

 

In 1900 verkreeg Pieter de acte van bekwaamheid voor huis- en schoolonderwijs in het handtekenen. Enkele jaren later gaf hij samen met zijn broer Zwerus  tekenlessen op de vaktekenschool in Ede.

In de winter van 1904 ging Pieter naar de Kunstacademie in Brussel. Hij studeerde daar schilderkunst en gebruikte olie en waterverf. Daar ging hij zich onder andere bekwamen in de toentertijd in de mode zijnde plafond- en wanddecoratie naar Jugendstil stijl.

Na zijn Brusselse tijd ontving hij een ansichtkaart uit Brussel met het volgende adres:

"Monsieur Piet (die te Brussel is geweest) Schilder decorateur  te Ede, Holland".

In het dorpje Ede wist iedereen wel dat Pieter de Nooij in Brussel was geweest.

Op 20 jarige leeftijd maakte Piet zijn eerste olieverf op doek 'Dorpsstraat in Lunteren'. Er volgden nog meer dan vijftien ander olieverfschilderijen en aquarellen. Zijn laatst bekende werk 'Panorama op Ede' stamt uit 1920, hij was toen 38 jaar oud.

De eerste jaren kon hij zijn passie voor het schilderen ten volle uitleven. Hij had zijn artistieke gave geerfd van zijn voorouders uit de 18e eeuw, waaronder Wouterus de Nooy, wiens werk aanwezig is in het Frans Hals museum te Haarlem.

Door het drukke zakenleven en het grote gezin moest Pieter noodgedwongen met schilderen stoppen. Het was zijn ideaal om later, als zijn kinderen de zaken hadden overgenomen, zich verder te concentreren op de kunst en zich te wijden aan kunstschilderen. Hij stierf echter in 1934, vlak voor zijn 51e verjaardag.

Als nagedachtenis aan een unieke vader besloot de familie de Nooij de schilderijen te zijner tijd te schenken aan het Historisch Museum te Ede, zodat alles weer samen komt op de plek waar het allemaal is begonnen…. Ede, de Concordia molen, de Paasberg en de Torenstraat.

Zwerus de Nooij

BRON: Theo de Nooij

Oktober 2008

Behalve zijn activiteiten in het Schildersbedrijf W. De Nooij en Zonen was hij ook actief in de kerk en schoolbestuur en had hij in 1919 met zijn broers Zwerus en Jacobus de Verffabriek en Chemicaliënhandel  “Macostan” opgericht, gevestigd aan de Grotestraat. Het was zijn ideaal om zich later, nadat zijn kinderen de zaken hadden overgenomen, zich verder te concentreren op de kunst en zich te wijden aan het kunstschilderen.

Jammer genoeg heeft hij dat niet kunnen realiseren want hij stierf vlak voor zijn 51e verjaardag op 24-2-1934.

(tekst uit archief Zwerus de Nooij, Pietzoon.)

l

Boven: geschilderd Portret van Pieter de Nooij 1883-1934. Foto gekregen van Theo de Nooij

Dat was tante Marie, weduwe van oom Piet de Nooij, met haar dochter Rie, mijn  zus Rie, en haar schoondochter Bep (x zoon Wim), Henny (x zoon Henk en bekend uit boek Hackett, Wimke (x zoon David) en Atie (x zoon Menno). Liefs, pappa (Johan Snoek, Govertz).

**************uit fam.kroniek:

Piet de Nooij (1885-1934) was gehuwd met Maria Mulder (overl 1973)

Dochter Marie (1914-1989)

Zus van papa = Rie Snoek (geb 1918, Govert dochter)

Schoondochter Bep Melissen (was gehuwd met zoon Wim, (geb1913-1974); andere schoondochters:

Henny van Voorst gescheiden van zoon Henk,(1913-1975), tweelingbroer van Wim;

Wimke van Nes, gehuwd met zoon David, geb 1916;

Atie Weyland, gehuwd met zoon Menno Anthonie, (1919- 1983) (bron: album Marie Snoek, Govertzn, geb 1918)

Macostan werd genoemd naar de drie echtgenotes van de drie directeuren. 

Marie Mulder - gehuwd met Piet 08.02.22

Costera Cozijnsen - gehuwd met Zwerus 08.02.24

Anna Snoek - gehuwd met Jacobus (Ko)

08.02.30

 

 

 

 

 

 

 

winterlandschap op tegeltableau 1912, geschilderd door Pieter de Nooij, foto ontvangen van zijn kleinzoon Theo de Nooij , dec 2009

Over Piet de Nooij, geschreven door zijn jongste broer Jacobus (KO) in 1984

(persoonsnummers nog toevoegen; 9e generatie staat nog niet op de site)

Een verzoek van Zwerus (Pzn) ondersteund door Menno om, in navolging van wat ik geschreven heb over broer Jan 08.02.25, dit ook te doen over hun Vader, mijn oudste broer Pieter, "viel" wel goed, maar daarover nadenkende bleek mij dat zoiets niet kan zonder historiebeschrijving als achtergrond dienende, want: ik besef het vaak, zijn en waren wij kinderen van die tijd, waarin het grootste deel van het grote gezin (11 kinderen) van Willem de Nooy in de Torenstraat reilde en zeilde.

Op het trouwbewijs van Vader en Moeder (07.02) was het dozijn kinderen ingevuld, echter bij het oudste kind Willemina: overleden. Zodoende gold voor ons altijd: 11 kinderen, waarvan Pieter (wij noemden hem "Piet") de oudste.

Dan: Johanna Elisabeth, Zwerus, Jan, Willemina, Hendrik, Maria, Jan Willem, Jacobus, Cornelia, Johanna Gijsberta. Ik vermeld dit even om tot het juiste begrip te komen van ieders "status". Piet en Zwerus 08.02.24  werden altijd in één adem genoemd. Dat waren "de jongens". Strijk en zet, als ik Vader iets vroeg: "Vraag het maar aan de jongens". De oudste zus 08.02.23  ging er al vroeg uit, dus Mina 08.02.26 en Maria 08.02.28 , ook een begrip. Jan 08.02.25 was een vrije vogel en gezellig, maar liet zich niet indelen. Hendrik 08.02.27 . De kleine jongens Wim 08.02.29 en Ko 08.02.30 , en dan de kleine deres, Cor 08.02.31 en Anna 08.02.32 .

Vader en Moeder steunden op de jongens zowel in de zaak als in het gezin en daar in dat gezin was vaak steun nodig.

't Jonge, 't jolige, wat een energie, uiteenlopende karakters, talenten en wildgroei. Wat hebben Wim en Ko de ouders en sub-ouders (uit angst) vaak - en met succes - voorgelogen. Moeder doorzag ons vaak en nam ons steeds apart bij het verhoor en dan begon de karwats, die aan de knop van Vader's stoel hing, al te kwispelen; want na bekentenis volgde straf (bij de jongens). De meisjes moesten taken breien (kousen kwamen altijd van pas, want in klompen sleten ze snel).                  

 

 

De 2 oudste jongens konden al vroeg goed tekenen, dus schilder worden. Jan lapte dat gescharrel met vulpotlood en tekenbord aan zijn laars, en werd smid, bij Oostwaard. Hendrik wilde ook het schildersvak in, maar dan beslist niet naar de ambachtschool. O, zei Piet, "dat vak leren we je hier wel". Dus hij kende het ook grondig en behaalde op 18j leeftijd de L.O.-akte tekenen. Piet en Zwerus op 17j leeftijd. Dat lesgeven ging bij Piet en Zwerus vlot: zij leerden het op de broers, kregen na verbouwing een tekenkamer en gaven verder les aan eigen personeel (knechts) in hout- en mamer-imitatie, zodoende een voorloper van de Vaktekenschool van Patrimonium, allen in de winteravonduren.

Piet werd er directeur, maar dat was al veel later. Mijn herinneringen beginnen duidelijk bij Piet's plannen voor, en vertrek naar Brussel.

Bovenmeester Eygenraam leerde hem een mondje vol Frans; op ons oefende Piet "allez, allez", en dat betekende opschieten, aanpassen, tempo.

Een bruine harminie's koffer met een echt monogram PN  buiten en binnenin ('t was een schabloon) "eens gemaakt".

 

Oom Ordelman in Lunteren had nog Belgische koperen munten, zwaar aan elkaar geklonterd door zweet en roest en Wim en ik hebben toen voor het eerst bewust een natuurkundige proef meegemaakt, want wij moesten bij de metselaar een fles zoutzuur halen en 2x zoveel water erbij, en toen de bronzen munten erin. Stom beduusd van het resultaat: zuiver blank en glanzend brons. Goed naspoelen natuurlijk en Piet had al genoeg wisselgeld voor de eerste maanden.

Piet: "hoeveel stations kom je langs?" 500. Dat ging boven ons petje (met glimmende klep). Hoe vaak mot je overstappen, etc.

't Hele dorp wist het: Piet de Nooy gaat werken in Brussel. Hier was het uurloon 12-15 cent, daar een kwartje. Opgewekte brieven circuleerden. Dadelijk een baas geworden. Taal? Niks aan. Vlaams leerde gauw!

 

***********************

Noot van Johan de Nooy (jongste zoon van Ko de Nooy): hier stopt het verhaal; ik denk omdat Jacobus de Nooy vanwege ziekte, en overlijden op 7-10-1984 het niet meer kon afmaken.

Bij het manuscript zaten een aantal velletjes met nog te behandelen punten, die ik hieronder noem:

Losse aantekeningen beschrijving broer Pieter de Nooy:

De grote broer. Te vroeg steun voor ouders, groot gezin; calvinistisch streng en sober; toch

liefde; vroeg beginnen; feodaal; 3 groepen: 1e de jongens P+Z; artistiek, spontaan. Enige

scholing met wintercursus in Brussel. Das was wat! Vak hoog in ere, expansiedrang.

P+Z stimuleerden elkaar. Later ook ons, zelfs Jan. Tekenlessen ook aan anderen. Voorloper

van avond-vaktekenschool Patrimonium.

Voorzitter JV en Kiesvereniging. Rode Kruiscolonne. Penningmeester van de Kerk. Gezel en

meester EHBO. Lagere acte tekenen (17 jr!). Ambachtschool. Lastige leerling. Klap van

Claus, Moeder, bravo! Toch erkenning van gezag.

P+Z (Piet en Zwerus denk ik: RS): wij willen in de zaak, of anders gaan wij weg, naar Baarn of Hilversum.

Gaf ons seksuele voorlichting, indien nodig, primitief..... Hij had gezag bij ons.

Logen ons er ook wel eens uit.

H (Hendrik?) naar Vredespaleis. Advies van Piet. enz -1914. 1/2pk gasmotor. Later gaan wij

alles zelf maken. Je kunt de krant erbij lezen. Motor doet het werk, maar oh die pech bij vuile

kleppen.

Bij karwei buitenaf vroeg weg, brood en koffie mee.

Mien: 94 sneden brood gesmeerd 's morgens.

Leveranties op leien. Koffiebranders. Overwogen om met stoomfiets de wals aan te drijven.

"zelf alles maken", olie koken.

  1. Hazeleger (oudste schildersknecht bij WdN & Zn) was tegen kopen van..... olie. Piet,

pas jij nou op!! Rijtuig lakken. Lijmtafel van Vader in diggelen.

Verloving. Anna: "niet boos, maar bedroefd" Omgang met schoonvader prima.

Naar Hommerts, via Enkhuizen, Stavoren: "dure kusjes mijnheer".

In uitzicht: kom in de zaak. Later ernstig conflict. Vader presideerde. Marie tegen. Oom

Ordelman........voor? Ambacht-industrie overgang (lichtvaardig).

Je moet het werk zien liggen, dus. Nooit: ik ben klaar. Afwerken, dan rekening schrijven. 1911 trouwen. Vader: "dag Friesland!" Rode weiden zonder water. Depressie met Wim en Henk. Bij ons info in juli/aug: is je winterprogramma in orde? Piet, je hebt een oardig beesje uutgezocht (Wouter J.).

Grond gekocht hoek Grotestraat/Markt. Doel: manufacturen. Maria trouwde.

Grond verkocht

Poel. Van Torenstraat naar Grotestraat. Wat doen we met ...  bel?

Verf, glas en drogerijen + drop. Voorraad voor eigen jeugd bereikbaar, och, och!

"groenteblikjes" en paternalisme.

Diverse schilderstukken, aquarel, olie. Dorpsgezichten Ede, Lunteren, enige portretten.

Volkstelling. Jans D. In drogisterij. Boerenkecht. Sarolea (motorfiets), T. Fordje.

1917 verhuizing naar dorp, Grotestraat. Marie mocht pas zien na bezemschoon.

Laatste balans WdZ & Zn. ƒ 1000 - 5000.

Advies over mijn (Ko) beroepskeuze door P en Z.

Dopen zonder hoge hoed en "hou een plaatsje open in de bank, ik wil geen stijve nek".

"Over het bokje praten".

Claus: ben jij enig kind soms?

Zwerus: blijf binnen en steek ons niet aan.

Marie jr. snoof amonia. Piet was razend.

  1. Avondmaal in ziekenhuis afgewezen.

Piet's verzoek: als ze geschikt zijn (moet je mijn kinderen in de zaak opnemen).

Tonnengeld, haring. Bij examen tekenen L.O.: boordje om.

Examinator: veredeling van het ambacht.

Geen vakantie; wél in najaar natuur schilderen.

In Brussel: 's zomers verdienen, 's winters studie.

 

JdN 31-1-2006.

********************************

Scilderijen van Pieter de Nooij

 

Piet met zijn vader Willem

geschilderd door Pieter de Nooij, 1906_ Con cordia molen Ede 

(foto van Theo de Nooij)

geschilderd door Pieter de Nooij, 1912_Toren straat 5  Ede _museum van Ede 

geschilderd door Pieter de Nooij, 1903 - Dorpsstraat Lunteren, 

geschilderd door

Pieter de Nooij,

1906_Kanaal met molens 

Herrinneringen aan Piet de Nooij, van Maria Snoek, geb 1918,  Govertdochter

 

Schiedam, 6-11-1993

Lieve Madzy en Pieter,

Eergisteren was ik bij tante Cor in Ede (Cor de Nooij, 1898, dochter van Willem de Nooij en Maria Doornbebal) en kon haar de vragen stellen, die Pieter vorige maand mij stelde. Ik zal proberen, zo goed mogelijk weer te geven wat ze vertelde:

Haar oudste broer Piet (geb 1883) ging omstreeks 1903 naar Brussel en bleef daar twee jaar, om het schildersvak (nog beter) te leren, 's Winters ging hij naar de schilderschool en ‘s zomers werkte hij bij een baas, onbekend wie. Na zijn terugkomst in Ede kwam hij bij zijn vader (de “oude Willem” dus) in de zaak. Ook richtte hij in Ede een tekenschool op; hij was zeer actief. Bovendien was hij een lieve verstandige broer, hartelijk, mee-voelend met het kleine zusje, dat tante Cor toen nog was. Ze denkt aan hem met zeer veel waardering!

 

En nu de naam PIETER: van de 12 kinderen van mijn grootvader (jouw overgrootvader dus) werd het eerste kind genoemd naar Willemina Overeem de moeder van mijn grootvader. Ze stierf jong en het eerste meisje, dat na haar overlijden werd geboren, werd óók Willemina genoemd, naar het dode zusje. Het tweede kind werd, zoals gebruikelijk, genoemd naar een familielid van moederszijde. Dus werd jouw vader genoemd naar Pieter Doornebal, zijn grootvader van moederszijde. Deze Pieter was een grote boer in Doorn. Bovendien was hij paardenfokker, o.a. voor het Franse leger. Volgens tante Cor was hij een vriendelijke, zachtaardige man, die niet goed op kon tegen de zoons uit zijn eerste huwelijk, die ruwer in de omgang waren, zowel met mannen als met paarden. Mede daardoor verliep de paardenfokkerij  tenslotte. Na de dood van zijn eerste vrouw hertrouwde Pieter Doornebal met Jannigje van Harten; uit haar werd jouw overgrootmoeder, mijn grootmoeder Maria Doornebal geboren.

Zij had een erg goede band met haar vader: ze hield veel van hem. Haar trouwen met een schilder, dat vonden vooral de broers te “min”. Het huwelijk tegenhouden lukte niet, Maria én Willem zetten door; maar Willem mocht niet logeren in huize Doornebal als hij zijn verloofde bezocht. En dat in een tijd waarin er nog geen fietsen waren en zeer weinig "openbaar vervoer".

Na hun huwelijk kwam Pieter Doornebal op bezoek bij het jonge paar en zei, spijt te hebben van zijn tegenwerking. Kort daarna overleed hij, ± 50 jaar oud. Ook de broers Doornebal trokken bij en kregen langzamerhand respect voor hun zwager!

 

Een jaar of wat geleden schreef ik eens op wat ik weet over de geschiedenis van mijn ouders;  maakte daarbij dankbaar gebruik van wat oom Ko aan gegevens verzamelde. Waarschijnlijk heb jij dat overzicht ook. Maar voor de zekerheid doe ik hier een copie bij van een bladzijde uit mijn Familiekroniek. Dan kun je het verhaal gemakkelijker volgen.

Omstreeks zijn 80e verjaardag schreef mijn grootvader de Nooij zijn "levensbericht" op in een aantekenboekje. Mijn moeder (dé tante Marie van jouw vader Pieter) schreef dat over en op mijn beurt typte ik het weer over voor mijn "Kroniek", inclusief wat opa er in 1934 bijschreef, na het sterven van zijn zoon Piet. Ik was toen 15 en een half en herinner me nog levendig, hoe groot het verdriet was in de hele familie; en ook het gevoel van "Hoe moet het nu verder? Oom Piet kan gewoon niet worden gemist!"

 

Naar ik hoop, hebben jullie wat aan deze verhalen! Als je meer wilt weten, dan met genoegen, naar vermogen! Het was een genoegen, met jullie kennis te maken. Een hartelijke groet en goede wens,

 in ieder opzicht, van je achternicht (?)    

Maria Snoek