01b. Verhalen over Johannes Martinus Snoek (VI) en Jannnigje Snoek-de Kool

Verhalen over de grootouders Snoek van tante Rie

Opa Snoek (VI) was een royaal mens, die veel weggaf. Hij vond, dat de diakenen wel eens te schriel optraden en liet dan maar op eigen kosten tegen de feestdagen rollades bezorgen bij behoeftige gezinnen, door de tantes Nel en An. Oma Snoek (Jannigje Snoek-de Kool) mocht dat lang niet altijd weten. In de omgeving van Bolnes, waar zij vandaan kwam, waren de mensen "zwaar op de hand" en gingen erg zuinig on met geld. Zo was ook oma erg spaarzaam; ze overwoog zorgvuldig elke uitgave of die wel echt nodig was en had veel zorg voor de toekomst. Als opa deze zorg wat meer met haar had gedeeld, zou oma misschien minder bezorgd zijn geweest. Zo gaat dat tenminste vaak..

Als iemand op het punt stond, wat weg te gooien dat nog waarde had, placht oma te protesteren met "Je kunt niets laten groeien" en "Je zult er nog eens naar opsnakken!" In tijden van betrekkelijke overvloed werd ze daarom uitgelachen. Maar in de oorlog zei moeder (Maria Snoek-de Nooij) eens: “Nu begrijp ik, wat oma bedoelde, als ze dat zei!”

Na oma’s dood (1938) vond de familie 28 gouden tientjes en 28 gouden vijfjes, voor ieder van haar kinderen vier van elk, gedurende vele jaren zorgzaam opgespaard voor "de kwade dag".

In 1909, op de 17de verjaardag van tante Nel, stierf opa Snoek. Hij was toen bijna 45 jaar en was een paar jaar ziek geweest: leverkanker. Tot het laatst toe was hij helder van geest en op de dag van zijn sterven liet hij zijn zeven kinderen één voor één bij zich komen om afscheid te nemen. Hoezeer hij in Gorcum bemind was, bleek wel bij de begrafenis: langs de hele route waren overal de gordijnen dicht, zowel van woonhuizen als van winkels. Volgens het verhaal woonden op het kerkhof wel duizend mensen de begrafenis bij.

(Zie ook foto-index 72A-11-> necrologie J.M. Snoek - kerkblad sept 1909; commentaar van Rie Snoek (geb 1918, Govertdochter) bij dit kerkblad: en dit alles zonder ook maar één keer te noemen, dat er een weduwe was achtergebleven, met zeven kinderen van wie de jongste pas 7 jaar was ...)

 

Oma Snoek-de Kool (45) bleef achter met zeven kinderen tussen 22 en 7 jaar - en niet te vergeten met haar inwonende, nogal dominerende schoonvader Johannes Snoek (V) , die toen 78 was en in haar huis stierf op 90-jarige leeftijd. (Zie aanvullingen - op blz 9) Niet zo lang na 1909 kreeg oma (Jannigje de Kool) borstkanker en oom Johan TBC. Ze consulteerden daarvoor o.a. Bijlterveld, een bekende alternatieve genezer, die in Rotterdam zitting hield en heel goed was in het stellen van diagnoses. Allebei herstelden ze geheel. Bovendien kreeg vader (Govert Johannes, geb 1889) een aanval van gewrichtsrheuma, omstreeks 1914. De arts, die hem kort voor zijn sterven behandelde, veronderstelde, dat zijn hart daardoor zó had geleden, dat hij de hoge koortsen van de typhus niet kon doorstaan. (zie ook advertentie van deze genezer , pagina Snoek 07.2A)

Onze vader (Govert) was 20 toen zijn vader overleed. Hij en oom Johan (18 jaar oud) namen samen de verantwoordelijkheid voor de manufacturenzaak van hun ouders op zich: magazijn DE ZON, Langendijk 1, Gorcum. Tante An de Nooij- Snoek vertelde later dat de andere kinderen begrepen, hoeveel daarvan afhing voor het hele gezin en het waardeerden, dat hun broers deze taak aanvaardden.

 

Al vrij jong ging vader (Govert Johannes, geb 1889) naar de belijdenis-catechisatie. Op de vraag daar, of de catechisanten begeerte hadden om aan het Heilig Avondmaal deel te nemen, antwoordde de één na de ander: "Wel de begeerte, maar niet de vrijmoedigheid." Toen vader aan de beurt was zei hij: “Wel de begeerte, en óók de vrijmoedigheid!”  Blijkbaar durfde hij een mening te hebben, die afweek van die van de meerderheid.

In 1911 verloofde vader zich met Johanna Louise de Gooijer. Ze was een dochter van Ds. de Gooijer uit Bennekom, die een broer was van De Gooijer in Gorcum: hartsvriend van opa Snoek - hoewel ze, allebei in de textiel, elkaars concurrenten hadden kunnen zijn.

Tot diep verdriet van vader overleed Jo, na ongeveer een jaar, aan typhus. Na verloop van tijd verloofde vader zich opnieuw: met Mien de Jong uit Werkendam. Maar het raakte vrij snel uit tussen die twee; en zover bekend dacht vader voorlopig niet aan een nieuwe verbintenis.