De Nooij. 08.02.31 Cornelia de Nooij

 

07.02

Willem de Nooij  en Maria Doornebal  kregen in Ede 12 kinderen, 6 jongens en 6 meisjes

Cornelia washet 11e kind, 5e dochter

 

Comelia de Nooij geboren in Ede op 3-10-1898, overleden in Ede op 13-3-1994; ongehuwd, geen kinderen;

Apothekers assistente sinds 1931

8 okt 1926;  Cor 08.02.31, Mien 08.02.26 en An 08.02.32

Links: Maria Snoek-de Nooij (08.2A.28A  snoeknr) met haar zusters Mien 08.02.26, Cor 08.02.31 en Anna 08.02.32, in de tuin van haar ouderlijk huis, in de zomer voor haar huwelijk, 1916; de achterste is Mien (geb 1889), Links Marie, rechts Anna (geb 1900) en zittend voor: Cor (geb 1899). 

1940. van l.n.r.   Cor 08.02.31, Mien 08.02.26 en Anna 08.02.32.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

     Onderstaande oorkonde is behalve aan Anna ook aan Mien, Cor en Jacobus toegekend.   

                                          En er zijn ook oorkondes van Churchill en Eisenhower.

                                                          

(bron: Het geslacht de Nooij in de Gelderse Vallei en Veluwezoom; Johand de Nooy); zie ook verderop deze pagina meer over de 2e wereldoorlog

Cor in haar nieuwe flat in Het Maanderzand, die ze in nov 1993 betrok. Foto gemaakt door Trijnie Snoek (gehuwd met Wim snoek, Govertzn) , Ede, 12-11-1993

 

 

 

 

 

 

 

 

 Cor (enige van haar generatie toen nog in leven) en Martha de Nooy-Rijksen (x Wim de Nooij, Bennekom 09.02.15) Bron: Roelie Wilms 10.02.86, ingescande dia van haar vader Berend Wilms. Gekiekt tijdens familiereünie ca 1990

3 okt 1988.  Negentigste verjaarag van tante Cor. 

(foto's gekregen van Roelie Wilms, ws kiekjes van haar vader Berend Wilms)

Cor met Rie Wilms-de Nooij

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Cor & Coos oudste zus van Rie Wilms-de Nooij, Utrecht, Hendrikdr)

Uit het boek van Johan de Nooy

(bron: Het geslacht de Nooij in de Gelderse Vallei en Veluwezoom)

 

Cor had een goed verstand en behaalde in 1931 in zeer korte tijd het diploma apothekersassistente. Daarmee kon ze goed terecht (tot haar pensioen) in Drogisterij “Het Gouden Kruis” toen nog onderdeel van de in 1919 opgerichte “b.v. Lak- en Verffabriek en Chemicaliënhandel Macostan”.

Ze heeft haar zus Mien, toen die ziek werd, ook nog verzorgd tot aan haar dood.

De doofpot

 

vader en moeder de Nooij, Willem en Maria (07.02)

zus Koos (Jacoba) van Maria Doornebal:

zie 7e generatie bijlage

 

De doofpot is nu in bezit van Theo de Nooij, zoon van Zwerus )

Zwerus de Noooij beheerde het familie-archief dat later naar Johan de Nooy (Jacobuszoon) ging 

Johan de Nooy (Jacobuszoon) vertelt: 

(bron: Het geslacht de Nooij in de Gelderse Vallei en Veluwezoom). (de persoonsnummers zijn nde nummers van Johan)

 

Cor was nogal eens ziek en had vaak migraine. Ook kon ze beslist niet tegen sigaren- en sigarettenrook, vanwege COPD, dus als tante Cor kwam: peuken uit! Dat werd niet altijd gewaardeerd door de neven, omdat roken toen nog heel gebruikelijk was. Maar: “krakende wagens lopen het langst” is zeker van toepassing op Cor, die het oudst van allemaal werd.

Zij was aanwezig op de familiereünie in Calluna op 20-3-1991 als enige van het “voorgeslacht”. Er werd toen ook afgesproken dat Corrie te Bokkel (9.22) en Johan de Nooy (9.37) de volgende reünie zouden organiseren, maar door de vele begrafenissen daarna is daarvan nooit meer gekomen.

Toen het ouderlijk huis in de Torenstraat in 1971 werd afgebroken wegens herindeling van het centrum, en er een groot deel van Oud-Ede verdween, ging Cor naar een aanleunflat van bejaardenhuis “het Maanderzand” aan de Louise Henriëttelaan 242, Ede. Bij die gelegenheid heeft ze al een flink aantal familiestukken uitgedeeld aan de neven en nichten.

Ze kon nogal eens snibbig zijn, maar naarmate ze ouder werd, werd ze ook milder. Ze kreeg veel bezoek van familie. Ze las de krant, keek TV en kon, ook op hoge leeftijd, over van alles meepraten.

Haar motto was: “Houd de drie B’s in de gaten: Belangstelling, Beweging en Buitenlucht”.

Ze wandelde bijna dagelijks en liep bijvoorbeeld. ook zondags naar de Zuiderkerk. Ze had een prima verhouding met broer Ko (8.10), die met An Snoek ook in de Maanderzandflat kwam wonen.

De laatste maanden heeft ze doorgebracht op een zorgkamer in Het Maanderzand zelf.

Omdat ze zo oud werd, overleefde ze diverse keren haar executeur testamentair, en moest ze weer een nieuwe aanstellen. Dit is door Zwerus (9.6) goed afgewikkeld. En vanwege haar spaarzaamheid erfden we ook allemaal nog een leuk bedrag. Ook Piet (9. 17) en Johanna de Nooy hebben zich veel om haar bekommerd.

In juni 1990 is er een reünie van de Cavaljéschool in Ede (vroeger: “School met den Bijbel”) vanwege  het100-jarig bestaan. Tante Cor, als oudst nog in leven zijnde leerling, ging er maar niet heen: “Want dan ben ik een levende bezienswaardigheid”.

Ik (Johan, 9.37) scheelde 45 jaar met haar en zij scheelde dit ook met Opa Willem; ze zei wel eens tegen mij: “als je de jongste bent, mag je ze allemaal wegbrengen”.

Kort voor haar einde vroeg ze neef Johan Snoek (9.30): “als ik sterf, zul je dan om me treuren?” En hij antwoordde: “ja tante, ik zal bedroefd zijn en u ook missen; én dankbaar zijn voor uw lange en gezegende leven”. Daar was ze het helemaal mee eens.

Na afloop van haar begrafenis werd het een gezellige reünie van vele neven en nichten.

Burgemeester van Ede, gen. John Hackett, Cornelia de Nooij (boek Johan de N)

Brigadeer Sir John (Shan) Winthrop Hackett GCB, CBE, DSO, MC (geb 5 november 1910, Perth, Australië; overl 9 september 1997 Coberley Mill, UK) was Brits militair tijdens de Tweede Wereldoorlog, commandant van de 4e brigade van de luchtlandingstroepen (hij is geland op de Ginkelse hei in de 2nd shift, op 18 sept. 1944) tijdens de rampzalige Slag om Arnhem.

Na de oorlog werd hij benoemd tot generaal-majoor en commandant van het Britse Rijnleger in West Duitsland.

In 1994 kreeg Hackett de erepenning van de gemeente Ede (foto) tijdens een plechtig en feestelijk samenzijn in de Oude N.H. Kerk, waar o.a. ook Johan (9.30) en Maria Snoek (9.29) aanwezig waren.

Hij is bij “de tantes” verpleegd vanaf oktober 1944 tot eind januari 1945. Hij is tot ereburger van Ede benoemd.

In september 1944, na de slag om Arnhem, zaten er in Ede honderden Engelse soldaten en vele evacués van de Veluwezoom ondergedoken. In huize Willem de Nooij zaten zo ook Maria (8.8), Johan en Maria jr. Snoek uit Renkum en er werd een zwaar gewonde brigade-generaal verpleegd, die door o.a. Zwerus de Nooij Jzn. (9.16, schuilnaam: Blue Johnny) onder het oog van de Duitsers uit het St. Elisabethgasthuis in Arnhem was gesmokkeld.

Zijn naam was John Hackett; hij heeft later in zijn boek “I was a stranger” zijn driemaandelijks herstel bij de tantes in de Torenstraat uitvoerig beschreven en de huiselijke sfeer daar goed getroffen. Later is dit boek in het Nederlands vertaald onder de titel: “Ik ben een vreemdeling geweest”. Op zo’n verzetsdaad (onderduikers verbergen) stond wel de doodstraf in die tijd!

Begin februari 1945 is generaal Hackett door Johan Snoek (9.30) met succes per fiets  naar Hardinxveld begeleid. Hij is toen per kano door de Biesbosch geroeid en zo naar bevrijd gebied overgebracht, vanwaar hij per vliegtuig werd getransporteerd naar Engeland voor verder herstel. Bij aankomst bleek zijn vrouw al de status van weduwe te hebben, zólang was hij vermist geweest!

De tantes, die hem verpleegden kregen een oorkonde van President Eisenhower en Winston Churchill. Maria en Johan Snoek hebben elke onderscheiding geweigerd, want “het was logisch dat je zoiets deed”. Hackett en zijn familie hebben nog lange tijd contact gehouden met de familie de Nooij/Snoek en ze bezochten elkaar regelmatig.

Levensbericht   uitgesproken door Johan Snoek (Govertzoon)

bij de begrafenis  van  tante Cor   (Cornelia De Nooij), overleden 13-3-1994

 

Ruim vijf jaar geleden waren we hier in "het Maanderzand" ook bijeen, zij het in een heel andere zaal: we vierden toen de negentigste verjaardag van tante Cor met haar.

Ieder heeft  zijn of  haar  eigen  herinneringen  aan haar.  Van het  volgende  is een deel aan de meesten van ons wel bekend, maar niet alles.

Ze  werd geboren,  nog  volop  in de  vorige eeuw. Het gezin  telde  elf  kinderen (eigenlijk   twaalf   maar   één   meisje   was   al  overleden):   zes   jongens   en   vijf meisjes. Cor hoorde bij de jongsten.

De   jongens   mochten - na   de   lagere   school - een   vakopleiding  volgen; de meisjes  niet. Er  was geen geld voor,  dus  een  meisje ging helpen  in de huishouding.   Tante   Cor   hield   veel   van   haar   vader   maar   ze  heeft   hem   dit   wel

kwalijk genomen.

Grootmoeder  de Nooij  werd  getroffen  door  een  beroerte   (zoals  dat   toen  nog heette)  en  bleef  éénzijdig  verlamd.  Dochter  Cor   verzorgde  haar,  jaren  lang.

Daarna  heeft   ze   (betaald   uit   eigen  spaarpot)  de  opleiding   tot   apothekers-assistente   gevolgd.  In   korte   tijd   behaalde   ze   het   diploma;   toen  verdiende ze haar eigen  inkomen  in drogisterij Het Gouden Kruis.

 

Ze   had   wel   willen   trouwen,   maar   het   is   er   niet   van   gekomen.   Soms   is   ze daar  bitter  over  geweest, maar  ze  is  er niet  door  verzuurd en  later   is  ook de bitterheid verdwenen.

Ze had een  ijzersterk geheugen en  was scherpzinnig. Soms  kon  ze geprikkeld reageren,  vooral als ze  migraine  had. Daar heeft ze jarenlang onder geleden. Later werd ze veel milder.

Toen haar  oudere  zuster,   tante Mien,  ziek werd heeft  ze ook die  jaren  lang verzorgd.   Zij zelf had  een  zwakke  gezondheid;   de    reeks   van    kwalen   en operaties die  ze onderging vormt  een  lange  lijst.  Kort geleden  zei een arts tegen  haar:  "U  bent  een  sterke  vrouw".  "Dat  heeft  nog  nooit   iemand  gezegd tegen mij!", was haar antwoord.

 

Ze zei eens: "Ouderen moeten denken aan de drie b's: belangstelling, beweging en buitenlucht". Op zondag wandelde ze twee keer naar de kerk, tot op hoge leeftijd. Toen dat toch te veel werd, viel de middagdienst af, maar dan luisterde ze naar de Ikon radio-dienst: "Dan hoor je ook nog es wat anders".

Ze had zelfkritiek. De drie zusters Mien, Cor en Anna hadden aan het eind van de tweede wereldoorlog een Engelse onderduiker gehad. Tante Cor zei: "Van ons drieën was ik de minst dappere, maar omdat ik Mien en Anna overleefd heb, krijg ik nu de eer en de erkenning; die komen me eigenlijk niet toe." Ik heb toen geantwoord: "Jawel, tante; maar ook U hebt toen Uw leven toch in de waagschaal gesteld; en U hebt die eer en erkenning niet gezocht." "Dat is ook zo", zei ze en haar hart was gerust.

Haar vermogen om te luisteren groeide met de jaren. Haar aandacht voor en meeleven met de ander waren echt. Ze luisterde, en later bad ze dan voor degeen die haar bezocht had. Dat zag ze als haar taak.

Ze was gelovig, al jong. Dank zij haar "bovenmeester" Eijgenraam, die onrecht rechtgezet had; en door een preek van ds. Kropveld over de tekst:

"Wie tot Mij komt zal Ik geenszins uitwerpen". Ze was vroom, maar niet zeurderig of eng-bekrompen.

Ze vond, dat de Gereformeerden zich met de Hervormden hadden moeten verenigen in 1951, toen de nieuwe Hervormde Kerkorde werd aangenomen. Ze bad voor een oecumenisch project in de nieuwe: wijk. Op vrijdag bad ze voor de dominees, "want die beginnen dan aan hun preek te werken". Al vond ze wel, dat ze daar wat éérder aan zouden mogen beginnen.

 

Ze had me gevraagd, om in haar uitvaartdienst een levensbericht te geven. Sindsdien zei ze soms iets met een bepaalde nadruk, alsof ze bedoelde: "Dat moet je beslist zeggen". Zo over de eerste vraag van de catechismus over "de enige troost":

"Omdat ik zowel in leven als in sterven het eigendom ben van Christus".

En uit het oude doopsformulier:

"En als we soms uit zwakheid in zonde vallen, dan moeten we aan Gods genade niet twijfelen, noch in de zonde blijven liggen". Daar had ze steun aan.

Ze was - jaren lang nog - gelukkig met haar flatje. De laatste maanden werd ze met liefde verzorgd in "het Maanderzand". Namens haarzelf en namens de familie betuig ik daarvoor onze waardering en dank.

Van de neven en nichten stonden met name Zwerus van oom Piet en Tini, met Piet van oom Jan en Johanna, in de voorste linie. "Eigen kinderen hadden het niet beter kunnen doen", zei tante Cor. Tijdens haar leven is ze soms alleen geweest, maar niet in de nacht van het sterven.

Kort vooor het einde vroeg ze of me: “Als ik sterf, zul je dan om me treuren?"

Ik heb geantwoord: "Ja tante, ik zal bedroefd zijn en ik zal U ook missen. Toch zal ik ook dankbaar zijn voor Uw lange en gezegende leven."

Daar was ze het mee eens: "Een lang en gezegend  leven".

Moge ook haar nagedachtenis  tot  zegen zijn.

Ede,  17  maart   1994.

Schiedam, 1-5-1994.

Lieve Mensen,        (aan vrienden in Papendrecht - Lenie en Floorwesten)

Nou, eindelijk is het ervan gekomen) in het Kerkblad was geen plaats, in de Zondagsbrief eerst evenmin. Maar tot mijn ver­rassing stond het er vandaag toch in. Ja, met mijn naam erbij, terwijl daar die van Jullie had moeten staan, maar waarschijnlijk liggen we daar geen van drieën wakker van. Hoofdzaak is, dat het artikel eindelijk is geplaatst; namens alle Gereformeerden in Schiedam-Noord dank ik jullie nog eens voor het idee, dit stuk door te geven. Ook aan Ds Mansvelt heb ik een Zondagsbrief gestuurd met bedankje (voor zijn toestemming, het over te nemen) erbij. En nu dus maar afwachten, hoeveel mensen zich melden als stuk gereedschap!!!

Tante Cor de Nooij - Ede

In maart is mijn laatste tante overleden, 95 Jaar oud. Vrijwel alle neven en nichten waren naar de begrafenis gekomen, wel zo'n 40, dat was

ontroerend en indrukwekkend, zeker voor lemand, die nooit getrouwd is geweest en zelf geen kinderen had. Een van de nichten, ook ongetrouwd, die toen aanwezig was, stierf een paar weken erna, na een zeer korte ziekte. Wéér een begrafenis dus; één van de "tante zeggers" sprak met zoveel waardering over "tante Geesje", dat deed me wel wat; ik vond het "tante zijn" altijd een mooie taak of misschien wal een soort ambt. Maar dat dat bij jonge mensen zo over kan komen deed me goed en was een extra stimulans, mijn best te doen! Zowel mijn tante als mijn nicht waren gelovige mensen, daardoor konden die twee begrafenissen iets zeer hoopvols hebben.

En zo gebeurt er aldoor wat, bij mij, maar zeker ook bij jullie. Binnenkort hoop ik weer eens te bellen hoe jullie het maken. Dat was ik al van plan, maar nu eerst deze brief, dan is deze zaak tenminste geregeld. Jullie andere idee, dat ik zo steengoed vond, de WOHRLD SERVANTS, heb ik gestuurd aan mijn oudste tantezegger, het leek me misschien wat voor zïjn dochters. Maar helaas zagen ze er (voorlopig) niets in

Tot bellens dan,, hoop ik van harte; een hartelijke groet van jullie

Maria Snoek (Govertdochter)

graf in Ede